Wat is een hernia?

De wervelkolom bestaat uit 24 wervels, van boven naar beneden onderverdeeld in 7 nekwervels, 12 borstwervels en 5 lendenwervels, en daaronder het heiligbeen. Tussen iedere twee wervels zit steeds een tussenwervelschijf, en ook tussen de onderste wervel en het heiligbeen bevindt zich een tussenwervelschijf. Deze schijven zijn als schokdempers voor de rug. De tussenwervelschijf heeft in het midden een elastische kern, met daaromheen een stugge ring. Door de elastische kern kunt u goed alle kanten op bewegen met uw rug, maar als er een scheurtje ontstaat in de buitenste ring, kan de inhoud van de tussenwervelschijf gaan uitstulpen. Dat heet een hernia. Een hernia komt meestal voor bij de tussenwervelschijven tussen de 4e en de 5e lendenwervel en tussen de 5e lendenwervel en het heiligbeen.

Binnen in de wervelkolom ligt het ruggenmerg, de ‘snelweg’ voor zenuwen die uit de hersenen komen en naar de rest van het lichaam lopen, en vice versa. Wanneer de zenuwen naar een gebied in het lichaam moeten, komen ze tussen de wervels door naar buiten en vervolgen ze hun weg. De zenuwen die in de onderrug het ruggenmerg uit treden (‘de afslag nemen’) gaan naar het been. Ze verzorgen de beenspieren en zorgen ook voor het gevoel in het been. In het geval van een hernia kan de zenuw naar het been bekneld raken. Dat kan gebeuren als de uitstulping van de tussenwervelschijf zich vlak bij de zenuw bevindt, want de hernia geeft dan druk op de zenuw. Deze druk kan uitstralende pijn geven in het been, of een dof gevoel veroorzaken. Ook kan het de kracht van de beenspieren verminderen.

Lees meer onder het kopje: meer over fysiotherapie na een herniaoperatie