meer over bekkenbodemfysiotherapie

 

Hieronder kunt u een uitgebreide beschrijving vinden over de bekkenfysiotherapie, het onderzoek, zwangerschapsgerelateerde bekkenklachten en indicaties voor bekkenfysiotherapie.

Bekkenfysiotherapie
Bekkenfysiotherapie richt zich op preventieve en curatieve zorg binnen het gehele buik-, bekken- en lage ruggebied bij vrouwen, mannen, kinderen en ouderen. Het bekken, de gewrichtsbanden, de bekkenbodem en de bekkenorganen beïnvloeden elkaar wederzijds. Een klacht in het bekken leidt zo snel tot een klacht in de bekkenbodem en omgekeerd.

Bekkenfysiotherapie is een erkende verbijzondering binnen de fysiotherapie en wordt, mits u aanvullend verzekerd bent, vergoed door uw zorgverzekeraar. Bekkenfysiotherapeuten hebben na de algemene opleiding fysiotherapie een 3-jarige Post HBO opleiding bekkenfysiotherapie gedaan.

Het onderzoek van de bekkenfysiotherapeut
De eerste zitting bekkenfysiotherapie bestaat uit een vraaggesprek om uw problemen goed in kaart te kunnen brengen, uitleg over het ontstaan en de gevolgen van de klacht en het uitleggen van het bekkenfysiotherapeutisch lichamelijk onderzoek. De bekkenfysiotherapeut gebruikt de gegevens van de gynaecoloog, uroloog en incontinentieverpleegkundige maar zal vanuit haar eigen specifieke deskundigheid een aantal aanvullende vragen hebben. Mogelijk wordt u gevraagd een plas- of ontlastingsdagboekje bij te houden om goed zicht te krijgen op de mate van incontinentie.

Tijdens de tweede of derde zitting kan het zijn dat de bekkenfysiotherapeut het nodig acht een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Dit is waarschijnlijk heel anders als u van een ‘gewone’ fysiotherapeut gewend bent. Een bekkenfysiotherapeut is speciaal opgeleid om een inwendig onderzoek te doen. Niet een onderzoek zoals de gynaecoloog of uroloog dat doet maar een inwendig onderzoek dat erop gericht is het functioneren van het bekken, de bekkenbanden en de bekkenbodem helder te maken.

Wanneer u bezwaar heeft tegen dit onderzoek kunt u dit kenbaar maken en zal de bekkenfysiotherapeut met u zoeken naar andere (voor u minder belastende) mogelijkheden uw bekken en bekkenbodem te onderzoeken.

Na afloop van het onderzoek worden de bevindingen met u besproken.

Daarna kan de bekkenfysiotherapeut besluiten een myofeedonderzoek of een onderzoek met de rectale oefenballon uit te voeren.

Onderzoek met behulp van myofeedback
Myo is het Latijnse woord voor spier. Myofeedback wil zeggen dat men informatie krijgt over dat wat de spier doet. Bij een myofeedbackonderzoek en / of –behandeling wordt een probe in de vagina of in de anus gebracht om de activiteit van uw bekkenbodemspieren te meten. Op een computerscherm zult u een curve zien verschijnen die datgene dat u met uw bekkenspieren doet, zal weergeven. Zo kunt u zelf ook volgen en controleren wat uw bekkenbodemspieren doen.

Na afloop van het onderzoek zal de bekkenfysiotherapeut alles met u bespreken. Het myofeedback-apparaat pakt alleen de activiteit op die u zelf uitvoert. Het apparaat geeft geen stroom. Een myofeedback-onderzoek dient pijnloos te verlopen. Mocht u toch pijn voelen of mocht u het onderzoek toch vervelend vinden, dan kunt u het altijd laten stoppen. De probes zijn zo gevormd dat ze goed aangepast zijn aan de betreffende lichaamsholte. Bij de meeste mensen kunnen ze probleemloos gebruikt worden.

Onderzoek met de rectale oefenballon
Het onderzoek met een rectale oefenballon wordt met name uitgevoerd bij mensen met ontlastingsproblemen zoals ongewild verlies van ontlasting of obstipatie. Bij dit onderzoek wordt een kleine ballon op een voerdraad in de endeldarm gebracht. De voerdraad is verbonden met een spuit. Via deze spuit wordt lucht in de ballon geblazen. Hiermee wordt de vulling van de endeldarm nagebootst.

Met dit onderzoek krijgt de bekkenfysiotherapeut informatie over de gevoeligheid van de endeldarm (wanneer voelt u voor het eerst de vulling, wanneer zou u naar het toilet gaan) en de capaciteit van de endeldarm ( met hoeveel lucht kan de ballon gevuld worden voor u deze verliest of heftige drang voelt).

Onderzoek met de echo
Om een goed beeld te krijgen van de vulling en lediging van de blaas, heb ik sinds 2010 een echo-apparaat in de praktijk. Naast de functie van de blaas kan ik ook verzakkingen en de functie van de bekkenbodemspieren bekijken.

Zwangerschapsgerelateerde bekkenproblematiek
Huisartsen en specialisten worden regelmatig geconfronteerd met patiënten met klachten in het bekkengebied tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Al jaren wordt er geprobeerd duidelijkheid te krijgen omtrent deze problematiek. Er is en wordt dan ook veel onderzoek gedaan met betrekking tot dit onderwerp. Ondanks de vele studies blijft veel nog onduidelijk, de uitkomsten van onderzoeken zijn heel verschillend. Er is onder meer controversie in prevalentie, risicofactoren, wel of niet adviseren te beperken in allerlei dagelijks activiteiten en therapieën, biomedisch versus biopsychosociaal. En er is nog geen consensus in de terminologie; er worden veel verschillende termen gebruikt voor hetzelfde beeld en er wordt wel en geen onderscheid gemaakt in lage rug-, bekkenpijn en bekkenbodemklachten. Met deze folder willen we proberen de laatste inzichten en behandelmogelijkheden met betrekking tot deze problematiek belichten.

Naast medicamenteuze of chirurgische interventies is bekkenfysiotherapie een van de behandelmogelijkheden.

Risicofactoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van bekkenpijn

Met betrekking tot mogelijke risicofactoren voor het ontwikkelen van bekkenpijn is veel onderzoek gedaan, en ook hierbij zijn veel verschillende cijfers bekend. Dit is wederom te wijten aan de verschillende manieren van onderzoeken en de verschillende definities. Uit de literatuur komt aan aantal risicofactoren naar voren:

  • Overtuigend bewijs: zwaar werk, voorheen lage rugklachten en lage rug- en bekkenpijn tijdens of na een vorige zwangerschap.
  • Zwak bewijs: gewichtstoename van de zwangere, zwaar kind, orale anti-conceptie, roken, epiduraal verdoving, langdurig persen, tang- en/of vacuümverlossingen, leeftijd moeder(oudere primipara of heel jong, <18 jaar) en aantal zwangerschappen

Zwangerschap en vaginale bevalling zijn de grootste risicofactoren van beschadiging van de bekkenbodem. De zwangerschap is met name een risico factor op de functie van de bekkenbodem in een later stadium.

Trauma van het urogenitale systeem, gebeurt vaak tijdens de bevalling, en veroorzaakt korte en lange termijn klachten, zoals urine incontinentie of ontlastings incontinentie, pijn of seksuele problemen. De eerste bevalling brengt de meeste schade aan.

Een relatie tussen bevalling en fecale incontinentie komt vaker voor dan een relatie tussen bevalling en urine incontinentie.

De bekkenbodem tijdens de zwangerschap (pre-partum)

Tijdens de zwangerschap wordt het bindweefsel onder invloed van hormonen zwakker. De steunfunctie en soms ook de sluitfunctie van de bekkenbodem zijn verminderd. Dit proces is normaal en heeft een reden. De spieren moeten harder kunnen werken ter ondersteuning. Door deze hormonale veranderingen en door de toegenomen buikomvang nemen ook de buikspieren in kracht af. Ook drukken de baarmoeder en het nog ongeboren kind op de bekkenbodem.

Dit alles geeft een enorme belasting op de bekkenbodem. Aandacht voor een goede rust/belasting verhouding is van groot belang om klachten te voorkomen.

Een klacht die vaak voorkomt tijdens de zwangerschap is urine incontinentie.

Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen die urine incontinentie gedurende de zwangerschap hebben een groot risico lopen dit na de zwangerschap en in later stadium te behouden.

De bekkenbodem en de bevalling.
Tijdens de bevalling is de kans groot dat er beschadiging optreedt van het urogenitale systeem. Als gevolg hiervan kunnen er klachten ontstaan zoals urine incontinentie of ontlastings incontinentie, pijn of seksuele problemen.

De soort bevalling kan van (negatieve) invloed zijn op de bekkenbodem. Denk hierbij aan een knip, een vacuüm of tangverlossing, een langdurige uitdrijving e.d.

Het is ook mogelijk dat er een totaal ruptuur optreedt, waarbij de uitwendige sluitspier van de anus gehecht moet worden.

Zoals eerder beschreven dat 35% van de vrouwen urine incontinentie heeft gedurende de zwangerschap en dat het risico groot is dit na de zwangerschap te behouden.

Verder blijkt dat bij een tweede zwangerschap de kans op urine incontinentie hoger is als in de eerste zwangerschap al urine incontinentie problemen waren.

Als er urine incontinentie gedurende de zwangerschap is speelt dit tevens een belangrijke factor in urine incontinentie op latere leeftijd.

Traumatische gebeurtenissen zoals schade van de zenuwbanen en bekkenbodem spieren gedurende de bevalling vergroten het risico van urine retentie in de postpartum periode.

Risico factoren zijn: kunstverlossingen, sfincter rupturen en totaal rupturen.

De afwezigheid van een spontane mictie een paar uren na de bevalling moet in acht genomen worden: controleren van het blaasvolume met bladderscan en zo nodig katheteriseren. Dit helpt ter voorkoming van blaasbeschadiging en moeilijkheden in later stadia.

De bekkenbodem na de bevalling (post-partum)

Door de belasting van de zwangerschap, de hormonale relaxatie van de bekkenbodemmusculatuur (-spieren) de druk van de baby op de bekkenbodem heeft de bekkenbodem al heel wat te verduren tijdens de zwangerschap. Direct na de bevalling is de druk van het ongeboren kind op het bekkenbodemgebied wel weg, maar het duurt nog wel even voordat de stevigheid van het steunweefsel en de spierfunctie van bekkenbodem en buik zich hersteld hebben.

Dit herstellen kost tijd, minimaal 6-8 weken bij een normale ongecompliceerde bevalling. Wanneer er sprake is geweest van langdurig persen, kunstverlossing, hoog geboortegewicht, fors inscheuren of knippen, kan het langer duren

Klachten t.g.v. zwangerschap en bevalling

1. Verzakkingsklachten. Een verzakking van blaas, baarmoeder of endeldarm kan ontstaan

tijdens de zwangerschap en/of tijdens de bevalling

2. Anale sfincter schade (anale sluitspier)

3. Fecale incontinentie (ontlastingsverlies)

4. Overactieve bekkenbodem (teveel spanning van de bekkenbodemspieren)

5. Onderactieve bekkenbodem (te weinig spierspanning of ondersteuning).

6. Seksuele problematiek

In 2012 heb ik een richtlijn geschreven voor de revalidatie na een bevalling met (sub) totaal ruptuur en gynaecologische operaties (bv verzakkingsoperaties).

Urine-incontinentie (stress en urge)
Urine-incontinentie is het ongewild verliezen van urine. Dit komt vaker voor dan men denkt, bij meer dan de helft van de thuiswonende Nederlandse vrouwen van 45 jaar en ouder komt het voor. Maar wie spreekt er over?

Het urineverlies kan wisselend optreden: soms of heel vaak; overdag of in de nacht; veel of weinig; De ernst van de klacht heeft in hoge mate invloed op de kwaliteit van leven.

Dagelijks optredend urineverlies wordt vastgesteld bij bijna 6 % van de mensen; in de leeftijdsgroep boven de 60 jaar is dit 14 %. Ondanks het feit dat urine-incontinentie tot een sociale handicap kan leiden, vraagt slechts 28 % van mensen die last hebben van urine-incontinentie om hulp. De belangrijkste reden om geen hulp te vragen is een bepaalde verlegenheid om dit ter sprake te brengen en onbekendheid met behandelingsmogelijkheden. De meest voorkomende vormen van urine-incontinentie zijn stress- incontinentie en urge-incontinentie.

Stress-incontinentie
Men spreekt van stress-incontinentie (inspannings-incontinentie) wanneer er door een hogere druk ( stress) in de buik ongewenst urineverlies optreedt. Doordat de druk in de blaas hoger wordt dan in het afsluitsysteem wordt urine verloren. Denk hierbij b.v. aan een nies- of hoestbui, tillen , een onverwachte zijstap, sporten, etc.

Belangrijk bij stress-incontinentie is dat er geen gevoel van aandrang optreedt maar tijdens zo’n lichamelijke actie gaat het mis!

Er zijn verschillende oorzaken voor stress-incontinentie. Het kan ontstaan door een beschadigde sluitspier bijvoorbeeld door een bevalling of operatie, of een verslapte bekkenbodem door veroudering. Ook door een baarmoeder- of blaasverzakking kan stress-incontinentie ontstaan, doordat de plasbuis wordt opengetrokken, waardoor urineverlies kan optreden.

Behandelingsmogelijkheden
Omdat een matige of slechte beheersing van de bekkenbodemspieren regelmatig een rol speelt, is in een eerste instantie bekkenfysiotherapie de aangewezen therapie. Operatieve technieken zijn ook een optie, maar daarvoor moet men naar de medisch specialist. Er zijn diverse technieken ontwikkeld om een nieuwe ondersteuning aan de plasbuis te geven. Onder andere gebruikt men kunstmatige bandjes (bijv. TVT,TOT) of eigen weefsels om een nieuwe “hangmat” te vormen voor de plasbuis. Bekkenfysiotherapie is echter minder ingrijpend en een prima keuze om mee te starten! Wij hebben zeer goede contacten met de gynaecologen uit het West Fries gasthuis. Hierdoor maken wij gebruik van elkaars specialismen en bij twijfel vindt er altijd overleg plaats.

Urge-incontinentie
Men spreekt van urge-incontinentie wanneer de blaas vanzelf aanspant zonder dat men op dat moment zou willen plassen. Doordat de blaas aanspant en het afsluitsysteem dit niet of onvoldoende kan afremmen wordt er urine verloren. Het spontaan aanspannen van de blaas wordt ervaren als “aandrang”.

Wat de oorzaak is van urge-incontinentie is tot op heden nog onbekend. Een overactiviteit van de blaas speelt daarbij een rol (zie de hieronder beschreven indicatie: “Overactiviteit van de blaas”). Bekkenfysiotherapie waarbij de blaas getraind wordt in combinatie met bekkenbodemoefeningen kunnen aangrijpingspunten vormen voor een effectieve behandeling.

Gemengde incontinentie
Men spreekt van gemengde incontinentie wanneer stress- en urge-incontinentie gecombineerd voorkomen.

Overactiviteit van de blaas
Een overactieve blaas is een blaas die er toe neigt om op eigen houtje samen te trekken zonder dat u dat wilt. Deze ongecontroleerde samentrekkingen leiden tot sterke aandranggevoelens en bij sommige mensen tot ongewild urineverlies. De plasfrequentie kan variëren van meer dan acht keer op een dag en vaak ook ‘s nachts. De klachten van een overactieve blaas kunnen heel verschillend zijn. De meest voorkomende klachten nog even op een rijtje:

  • U moet vaker dan normaal heel nodig plassen.
  • Overdag zoekt u meer dan zes keer het toilet op.
  • ‘s Nachts gaat u vaak meer dan één keer uw bed uit.
  • Tijdens al die escapades doet u soms een plas, maar soms ook niet.

Figuur 1: Anatomisch overzicht van het bekkengebied met z’n organen

Soms krijgt u helemaal geen waarschuwing vooraf, of heeft u te weinig tijd tussen het signaal dat u moet plassen en het moment dat u het echt niet meer op kunt houden om het toilet te halen en gaat ‘t mis. Midden in een winkel of op straat, of als u ergens op visite bent. Een schaamtevolle en vernederende ervaring. Maar ook schokkend: u bent de controle over uw blaas kwijt. Dat is bijna net zo erg als de macht over het stuur kwijt zijn. Er gebeurt iets met u waar u geen invloed meer op kunt uitoefenen.

Incontinentie voor ontlasting
Ontlastingsincontinentie of faecale incontinentie is het ongewild verlies van ontlasting op een voor de patiënt ongewenste tijd en plaats. Deze hinderlijke kwaal treft vooral oudere mensen. Volgens voorzichtige schattingen heeft 2 % van alle Nederlanders, die ouder zijn dan 45 jaar, last van ongewild verlies van ontlasting. Een beschadiging van de anale kringspieren is de meest voorkomende oorzaak van incontinentie voor ontlasting.

Als men vanaf de zindelijkheidstraining in de peuterjaren een goede en betrouwbare controle over de ontlasting heeft gekend, kan dat voor diegene die met incontinentie maken krijgt, zeer vernederend zijn! Het is begrijpelijk dat deze klacht vaak nog veel meer in de taboesfeer ligt dan ongewenst urineverlies. Het niet of slecht op kunnen houden van winden kan hier een voorteken van zijn.

De oorzaken voor dit verschijnsel zijn talrijk, maar u kunt denken aan een trauma door een vaginale bevalling waardoor de bekkenbodem (met anale kringspier) beschadigd is.Of door verslapping van spier- en bindweefsel (bijv. bij het ouder worden, tijdens en na de overgang), of bijv. na een operatie in de onderste dikke darm en of anale gebied.

Belangrijk is in welke mate de patiënt zich gehandicapt voelt. Als de incontinentie alleen optreedt als de patiënt last heeft van diarree, is het uiteraard van belang de oorzaak hiervan op te sporen en de diarree te behandelen. Is er sprake van een functiestoornis in de bekkenbodem, dan zal bekkenfysiotherapie een juiste behandelingsoptie zijn. Een goede beheersing van de bekkenbodem met extra aandacht voor de anale kringspier en een juiste waarneming in de dikke darm vormen belangrijke aangrijpingspunten voor bekkenfysiotherapie.

Obstipatieklachten
Oftewel een moeizame stoelgang, komt bij vele mensen wel eens voor. Voor een aantal mensen is dit verschijnsel echter geen incident maar helaas een zeer regelmatig of zelfs dagelijks probleem. Er zijn vele oorzaken hiervoor. Wij beperken ons, als bekkenfysiotherapeut, tot die obstipatie-vormen waarbij er (mede) een stoornis is in de beheersing van de bekkenbodemspieren.

Tijdens de stoelgang moet de weg vrij zijn voor de ontlasting zodat die ongehinderd het lichaam kan verlaten. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de bekkenbodem (met anale kringspier). Die dienen goed ontspannen te zijn en daarom is een juiste toilethouding noodzakelijk. Zou men ongewenst en ongemerkt de bekkenbodem niet goed kunnen ontspannen, laat staan zelfs aanspannen (!), dan werkt men onbedoeld de gewenste en natuurlijke gang tegen.

Aangrijpingspunten bij obstipatie voor de bekkenfysiotherapie kunnen hierbij zijn:

  • bekkenbodemtraining, gericht op relaxatie en coördinatie,
  • training van de dikke darmwaarneming (= rectale waarneming) bij sommige cliënten / patiënten. Dit gebeurt m.b.v. een rectale ballon (zie onderdeel specifieke behandelingen)
  • adviezen t.a.v. stimulering van de darmpassage, toilethouding en -gedrag.

Pijn bij het vrijen of onmogelijkheid daartoe
Bij vrijen kunnen pijnklachten ontstaan. Hier zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. De bekkenbodem kan hier een rol in spelen. Dit geldt zowel voor vrouwen als voor mannen! Bij een vrouw dient de bekkenbodem voldoende ontspannen te zijn om binnengaan van de partner zonder hindering of pijn goed te kunnen laten verlopen. Uiteraard spelen meerdere factoren hierbij een rol, maar relaxatie van de bekkenbodem kan een aangrijpingspunt zijn voor de bekkenfysiotherapeut.Bij mannen kunnen erectieklachten of pijnklachten in het bekkenbodemgebied samenhangen met een stoornis van de bekkenbodem. Het aanleren van coördinatie en/of relaxatie van de bekkenbodem kan hierbij effectief zijn wanneer de bekkenbodem bijv. te gespannen of verkrampt is. (zie ook: prostaatontsteking)

Bekkenpijn/klachten, medisch onverklaarbare pijnklachten
Bekkenpijnklachten kunnen ook ontstaan zonder dat zwangerschap of een bevalling daarmee van doen heeft (op zichzelf staande bekkenpijn). Deze traumatische of mechanische vorm van bekkeninstabiliteit wordt namelijk veroorzaakt door een ongeval, zoals vallen met de fiets of een sportletsel (sliding bij voetbal). Dus ook niet alleen bij vrouwen maar ook bij mannen!

Je kunt, wanneer zich klachten openbaren die wijzen op bekkeninstabiliteit, zelf al veel doen. Houdt rekening met de verminderde belastbaarheid van het bekken. Dat kan al door wat meer rustpauzes in te lassen en zwaardere huishoudelijke en verzorgende karweitjes of lange werkdagen (tijdelijk) te beperken. Probeer ook het traplopen te beperken. Gun het lichaam wat extra rust door een paar keer per dag minstens vijftien minuten te gaan liggen. Wanneer er ernstige klachten optreden is het raadzaam hulp te zoeken bij een bekkenfysiotherapeut.

In 2011 heb ik een richtlijn geschreven voor de behandeling van deze klachten. Dit is gebaseerd op de Europese richtlijn bij Chronisch Bekken Pijn.

Prostaatonsteking
Zelfs jonge mannen hebben soms last van plasproblemen. Een chronische prostaatontsteking kan gepaard gaan met pijn, een zwakke straal, nadruppelen, het gevoel geven dat de blaas niet leeg is. Deze klachten kunnen gepaard gaan met pijn in het bekkengebied, liezen en/of lage rug, obstipatie en seksuele stoornissen . Mannen tobben er vaak lang mee, omdat geen aanwijsbare afwijkingen worden gevonden aan onder meer de prostaat. Minder bekend is dat ook overactieve bekkenbodemspieren de oorzaak kunnen zijn.

Mannelijke plasklachten zitten nog in de taboesfeer, waardoor het lang duurt voordat zij ermee naar de huisarts gaan. Toch heeft naar schatting vijf tot zeven procent van de mannen tussen achttien en zeventig jaar er last van. Vooral de pijnklachten, soms in de onderbuik of aan de penis, maken hen ongerust. Bekkenbodemspieren kunnen hier echter verantwoordelijk voor zijn. Mannen weten vaak niet eens dat zij bekkenbodemspieren hebben. Het wordt vaak als een vrouwenkwaal gezien, die geassocieerd wordt met incontinentie. De bekkenbodemspieren hebben een draagfunctie en een afsluitfunctie, maar tijdens het plassen moeten zij helemaal ontspannen zijn.

Bij mannen zijn emotionele spanning en stress vaak de oorzaak. Als zij vaker naar het toilet moeten, zijn ze geneigd minder te drinken, terwijl voldoende vocht (min. 2 liter per dag) heel belangrijk is. De kritische grens van plassen is als je acht à negen keer per dag naar het toilet moet.

Een deel van de mannen klaagt over erectie problemen. De bekkenbodemspieren helpen namelijk bij het stijf worden van de penis. Door bewust te worden van de bekkenbodemspieren en weer controle hierover te verkrijgen kunnen de klachten afnemen en hanteerbaar worden.

Overactiviteit van de bekkenbodemspieren

- Pijn in de (onder)buik, (onder)rug en rond de geslachtsorganen

- Ongewild urine verlies

- Urineretentie (niet goed kunnen plassen / uitplassen)

- Veelvuldig urineweginfectie zoals b.v. blaasont steking

- Vaginistische klachten (bij vrouwen)

- Erectiestoornissen (bij mannen)

- Pijn bij gemeenschap (zowel bij mannen als vrouwen)

- Spastische darm

- Obstipatie of onvolledige lediging bij ontlasten

- Ontstaan van aambeien

Een combinatie van deze klachten kan ook voorkomen worden.

Hoe kunnen deze klachten nu ontstaan?

Pijn:

Door langdurig te hoge spierspanning wordt de doorbloeding belemmerd waardoor verzuring kan ontstaan in de spieren van de bekkenbodem zelf maar ook in de andere delen van het onderlichaam. Door de verzuring worden zenuwuiteinden geprikkeld en voelt men pijn. Ook kan de pijn ontstaan, doordat de

gespannen bekkenbodemspieren aan de aanhechtingen op het schaambeen en het heilig -en staart-been trekken. Op en rond deze aanhechtingsplaatsen ontstaat zo ook pijn. Pijn leidt vaak tot afweerspanning

waardoor nog meer spanning en daardoor mogelijk nog meer pijn ontstaat. Het is dus belangrijk ergens deze “pijncirkel” te doorbreken.

Bekkenbodemproblematiek bij kinderen
Bij kinderen komen functiestoornissen van de bekkenbodem vaker voor dan meestal wordt aangenomen. De problemen kunnen zijn: natte plekken in het ondergoed, bedplassen, vaak moeten plassen, terugkerende urineweginfecties en obstipatie.

Het doel van de begeleiding is het verbeteren van de toilethouding, bekkenbodemgevoel en ontspanning waardoor het kind geen last meer heeft van bovengenoemde klachtenbeelden.

De behandeling bestaat uit een oefenprogramma gericht op toiletadviezen, uitleg en bewustwording van de werking van de blaas en de bekkenbodem, het leren voelen van de bekkenbodem en ontspanning.